Ondernemers met een schone dieselbestelauto (emissieklasse 6) behouden tot 1 januari 2029 toegang tot stadscentra met een zero-emissiezone. Deze maatregel biedt een jaar langer de tijd om over te stappen naar een elektrisch bedrijfsvoertuig. Ook komt er een convenant met gemeenten waarin afspraken worden gemaakt over de boetevrije periode en ontheffingen voor netcongestie.
Het kabinet komt hiermee tegemoet aan signalen dat niet alle ondernemers mee kunnen komen in de overstap naar een elektrisch bedrijfsvoertuig. De afgelopen periode heeft staatssecretaris Chris Jansen (Openbaar Vervoer en Milieu) constructieve gesprekken gevoerd met gemeenten om te komen tot een plan dat recht doet aan het proces van de afgelopen jaren en tegelijkertijd op voldoende politiek draagvlak kan rekenen. Uitgangspunt is dat ondernemers meer tijd krijgen om zich voor te bereiden op de komst van de zones en dat regelgeving verder wordt geharmoniseerd en gestandaardiseerd.
Afspraken over onder meer ontheffingen worden volgende week aangescherpt en vastgelegd in een convenant. De bedoeling is dat ontheffingen voor bedrijfseconomische omstandigheden én netcongestie landelijk gaan gelden. Ook zal elke gemeente een boetevrije periode van minimaal zes maanden instellen. Als er lokaal aanleiding toe is, staat het een gemeente vrij om een langere periode te hanteren. Bovendien wordt er dus een wetswijzigingstraject gestart om bestelauto’s met emissieklasse 6 een jaar langer uitstel te geven. Dat is gunstig voor bijna de helft van de bedrijfsbussen, zo’n 46 procent. Ten slotte gaat het kabinet de impact van de zero-emissiezones monitoren.
Deze aanpassingen, die worden vastgelegd in een nieuw convenant, moeten voorkomen dat ondernemers in de periode na invoering van een zero-emissiezone tegen een boete aanlopen. Staatssecretaris Jansen: “Gemeenten, brancheorganisaties, de Tweede Kamer en het kabinet delen het standpunt dat de overgang naar zero-emissiezones soepel moet verlopen. We willen schone lucht in onze binnensteden, maar moeten voorkomen dat onze ondernemers tussen wal en schip raken. Daarom is het goed dat wij tot deze afspraken zijn gekomen.”