Iedereen moet zich houden aan de regels voor flora en fauna in de Omgevingswet (voorheen bekend als de Wet Natuurbescherming). Bij het uitbouwen van een woning, of bij het aanbrengen van gevelisolatie, geldt dat kwetsbare planten en dieren niet verstoord of gedood mogen worden. We maken inzichtelijk waar je op moet letten.
De natuur is uit balans en het gaat slecht met de biodiversiteit. Planten, dieren, maar ook schimmels en bacteriën sterven uit, aantallen nemen af en populaties worden kleiner. Daarom moet je bij het isoleren van woningen, het plaatsen van een aanbouw en het dichtmaken van naden en kieren in een gevel de Omgevingswet naleven. Hoewel de opdrachtgever verantwoordelijk in om de natuur te beschermen, wil je als professional natuurlijk ook weten wat je wel en niet moet doen, zodat je klanten daarbij goed kunt adviseren.
Bijna iedereen weet dat je niet op dieren mag jagen of zomaar een boom mag omkappen in het bos. Maar de wet gaat nog een stukje verder. Je mag ook geen nestplekken weghalen of beschermde dieren verstoren in en rond een huis. En dat kan gebeuren bij sommige maatregelen zoals na-isolatie, een verbouwing, zonnepanelen plaatsen of naden en kieren dichten.
De wetgeving voor natuurbescherming zit soms in de weg bij het verduurzamen van huizen. Volgens de regels moeten woningeigenaren voorafgaand aan een aantal verduurzamingsmaatregelen eerst duur en tijdrovend ecologisch onderzoek laten doen. Daarom heeft de overheid samen met provincies en verschillende andere partijen gewerkt aan een landelijke oplossing. Deze landelijke oplossing bestaat uit verschillende onderdelen:
Er zijn verschillende mogelijkheden om gevels te isoleren. Spouwmuurisolatie is bij woningeigenaren de bekendste, maar buitengevelisolatie geeft de beste isolatiewaarde. Buitengevelisolatie kan ook nog worden gecombineerd met spouwmuurisolatie. Dit kan een praktisch alternatief zijn als er anders ingewikkelde aanpassingen bij kozijnen en dakranden nodig zijn, of bij verschillen met de buren bij rijtjeshuizen. Ook kan er voor worden gekozen om de buitenlaag van de spouwmuur te slopen en vervolgens een buitengevelisolatiesysteem met steenstrips of gestucte afwerking aan te brengen. Een voordeel van deze methode is dat de buitenmuur niet veel dikker wordt.
In ongeïsoleerde spouwmuren kunnen vleermuizen wonen en vogels nestelen. Vleermuizen, maar ook gierzwaluwen en huismussen, zijn beschermde diersoorten. Daarom moet er rekening worden gehouden met de natuurbescherming zoals deze in de Omgevingswet is opgenomen.
Er is een snelle en makkelijke methode ontwikkeld om te ontdekken of er beschermde vleermuizen in een spouwmuur zitten. Dit heet een eDNA-test. Als een spouwmuur wordt geïsoleerd, of als een deel wordt afgebroken om een buitengevelisolatiesysteem aan te brengen dan is de eDNA-test een eerste stap. Het werkt een beetje zoals een coronatest: met een spons of roller wordt een monster afgenomen van de gaten in de spouwmuur. In een laboratorium wordt vervolgens gekeken of er sporen (zoals huidcellen) van vleermuizen te vinden zijn. Als de eDNA-test aantoont dat er geen sporen van beschermde dieren zijn, kun je direct beginnen met isoleren. Zitten ze er wel, dan moeten aanvullende maatregelen worden getroffen alvorens er kan worden gestart met de werkzaamheden.
Allereerst moeten er kapjes over de gaten in de spouw worden geplaatst, zodat vleermuizen naar buiten kunnen vliegen, maar niet meer naar binnen. Ook moeten vervangende verblijfplaatsen voor de beschermde dieren worden geplaatst. Denk aan nestkasten voor beschermde vogels en ruimte hoog in de spouw waar vleermuizen in de toekomst terecht kunnen. Hiervoor zijn speciale borstels ontwikkeld om de ruimte af te scheiden van de isolatie. Het heeft een verwaarloosbaar effect op energiebesparing én geeft geen extra risico op vochtproblemen.
Er kan worden gestart met isoleren zodra alle vleermuizen de spouw hebben verlaten. Hierbij moet rekening worden gehouden met de kraamperiode (wanneer vleermuizen in en uit moeten vliegen om hun jongen te voeren) en de winterslaap (wanneer vleermuizen langere tijd niet naar buiten komen).
Klik op de kalender voor een vergroting
In deze periode is de vleermuis actief en vliegt regelmatig in en uit de spouw om eten te zoeken. In deze periode mag een isolatiebedrijf de spouwmuur natuurvrij maken. Vier dagen na het treffen van de maatregelen kan er worden geïsoleerd.
Tussen ongeveer 1 november en half maart zijn vleermuizen niet actief. Veel vleermuizen verblijven in de spouwmuur en vliegen heel zelden uit om eten te zoeken. Het is in deze periode niet toegestaan spouwmuren te isoleren, tenzij de muren voor 1 november natuurvrij zijn gemaakt. Aanwezige vleermuizen in de spouwmuren worden anders namelijk mee-geïsoleerd en overlijden. Het nemen van voorbereidende maatregelen voor het natuurvrij maken van de spouwmuur mag in deze periode wel, maar je moet wachten met isoleren tot de groene periode.
De kraamtijd van de vleermuis is ongeveer van 1 april tot en met 1 augustus. Ook in deze periode kun je alleen isoleren als de spouwmuur voor de kraamtijd natuurvrij gemaakt is. Het natuurvrij maken van de spouwmuren is in de kraamtijd niet toegestaan. De moedervleermuismuis verlaat in deze periode regelmatig de spouwmuur om eten te zoeken voor haar kind. Als je in deze periode exclusion flaps zou plaatsen, zou ze niet meer terug kunnen keren in de spouw om voor haar jong te zorgen.
Het bedrijf dat de isolatiewerkzaamheden verricht, moet melding maken bij de provincie. Zij controleren of de regels in de Omgevingswet worden gevolgd.
Meer info op www.natuurvriendelijkisoleren.nl